12 uitspraken op één dag bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

3 november 2020

Op 3 november 2020 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, in twaalf zaken een uitspraak (arrest) gedaan. Hierbij heeft het gerechtshof in alle categorieën van mogelijke zaken positieve oordelen gegeven.

Tussenpersoon-argument

Tot nu toe vond het gerechtshof het voor het aannemen van advisering noodzakelijk dat het advies op schrift was gesteld (in een financieel plan), in tegenstelling tot andere gerechtshoven. Nu heeft het gerechtshof geoordeeld dat dit niet in alle gevallen nodig is. Zo oordeelde het gerechtshof dat in zaken waarin de afnemer zijn hypotheek heeft verhoogd, en deze gebruikt heeft voor de inleg van een aandelenleaseovereenkomst, sprake is van advisering. Ook in de gevallen waarin een op schrift gesteld advies ontbreekt. Hierdoor is Dexia verplicht om de volledige schade te vergoeden, inclusief wettelijke rente (vanaf het moment van betalen).

Een van de uitspraken is hier terug te lezen.

Eega-argument

Het gerechtshof heeft ook positief geoordeeld in twee zaken waarin de echtgeno(o)t(e) de overeenkomsten vernietigd had, vanwege het ontbreken van diens handtekening op de overeenkomst. Hierdoor hebben deze cliënten recht op vergoeding van de volledige schade, inclusief wettelijke rente (vanaf de datum van vernietiging).

Lees een van de uitspraken hier terug.

Zorgplicht-argument

Bij dit argument wordt er gekeken naar de inkomens- en vermogenspositie van de afnemer ten tijde van het afsluiten van de aandelenleaseovereenkomst(en). Dit gebeurt volgens de rekenformule die ontwikkeld is door het Gerechtshof Amsterdam. Als uit de berekening blijkt dat de lasten van de overeenkomsten niet financieel gedragen konden worden, is Dexia verplicht om 2/3 van de schade van de aandelenleaseovereenkomsten te vergoeden. Eén van de twistpunten die nog bestaat, is in het geval dat de afnemer nog bij zijn/haar ouders inwoonde. Dexia is in dergelijke gevallen van mening dat het inkomen van de ouders mee moet worden genomen in de berekening, omdat sprake zou zijn van een ‘gemeenschappelijk huishouden’. Wij zijn van mening dat het inkomen niet meegenomen moet worden.

Het gerechtshof oordeelde hier positief over en gaf aan dat het inkomen van de ouders niet meegenomen moet worden in de berekening, nu de ouder/kind relatie niet onder een ‘gemeenschappelijk huishouden’ valt. Hiervan is volgens het gerechtshof sprake als een afnemer getrouwd is, een geregistreerd partnerschap heeft of sprake is van een daarmee gelijk te stellen situatie.

Lees de uitspraak hier.